Adformatie

Hoe reageer je op de Bullebak?

Ze zitten overal: vervelende mensen. Maar het wordt pas echt vervelend als deze mensen iets over ons te zeggen krijgen. Op het werk bijvoorbeeld. Wat moet je daarmee?
We zijn ze allemaal tegengekomen, of zien ze nog iedere dag. Mensen die om mysterieuze redenen boven ons geplaatst zijn, en daar op willekeurige momenten ons leven verzieken. Bazen, die nadat ze een beetje macht hebben gekregen onuitstaanbaar zijn geworden. Bullebakken. Het is moeilijk een Bullebakbaas te ontlopen. Functioneel heb je met ze te maken, en wanneer je dat niet wilt moet je eigenlijk een andere baan zoeken. Maar dat is een wel heel drastische stap. Vaak hebben mensen grote moeite om te gaan met vervelende bazen. Ze worden door hen  overrompeld, en pas nadat ze je onderuit de zak hebben gegeven (om niets!) komen de juiste antwoorden op hun nare opmerkingen naar boven. Je weerwoord schiet je altijd te laat binnen. Hoe komt dat toch?

De verschijning van de Bullebakbaas zet een heel basaal proces in werking: de verstarring. De mens reageert op een gevaarlijke situatie met één van de drie V’s: vluchten, vechten of verstarren. Nou is het gek om als je baas je aanspreekt, je om te draaien en weg te rennen. En een gevecht aangaan, al of niet verbaal, is met een baas ook niet voor de hand liggend. Rest ons de verstarring.

Tijdens de verstarring schakelt het brein alle weldenkende gedeelten uit, alleen het allersimpelste gedeelte functioneert nog: het reptielenbrein, de oudste laag in onze hersenen, verantwoordelijk voor de overlevingsdrang. Daarom kan je in zo’n situatie niet helder denken, je stottert en iedere hoop op een scherp antwoord dat de Bullebak voor altijd op zijn plaats zet is vervlogen.

Het enige dat je hoeft te doen om hieraan te ontsnappen is ademen. Heel bewust, zeker 3 seconden lang. Dat zet je weldenkende brein (de “neocortex”) weer aan, zodat je weloverwogen kan reageren. En de negatieve spiraal tussen jou en de Bullebak kan doorbreken. Zo simpel is dat.